Algemeen
Een groot deel van het geïnvesteerd vermogen van de gemeente staat op, of ligt in de grond van het openbaar gebied. Een eigentijds zorgvuldig beheer hiervan is dan ook van wezenlijk belang. Een tweede (wellicht nog belangrijker) aspect is dat de kwaliteit van het openbaar gebied door de inwoners vaak het meest intensief wordt beleefd. Daarom is het van belang dat in de diverse beleids- c.q. onderhoudsplannen een kader wordt opgenomen voor het gewenste kwaliteitsniveau. De raad geeft de kaders aan voor het opstellen van de onderhoudsplannen en stelt het gewenste onderhoudsniveau vast. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op de algemeen aanvaarde normen.
Sinds 2023 zijn de meeste onderhoudsplannen geactualiseerd (zie overzicht hieronder). De plannen hebben een looptijd van vier boekjaren of langer. De jaarlijkse onderhoudslasten zullen ook na deze periode worden doorgeraamd op basis van de onderliggende plannen. Uiteraard worden er na verloop van de planperiode weer nieuwe plannen opgesteld.
Een groot deel van de onderhoudskosten is sinds de rechtstreekse verantwoording op voorzieningen* niet meer direct zichtbaar in de begroting. Het belang van een goede toelichting en verantwoording over de voortgang van het onderhoudsplan in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt hiermee nog groter.
Het blijft van belang dat periodiek wordt gekeken naar de noodzaak en de timing van de geplande uitgaven in alle onderhoudsplannen. De onderhoudsplannen worden daarom minimaal twee keer per jaar bijgesteld, bij het opstellen van de begroting en bij het opstellen van de jaarrekening. Op basis van de bijstelling wordt verantwoording afgelegd aan de raad over de voorgang van het onderhoudsplan. Hierbij wordt ook het effect op het beoogde kwaliteitsniveau meegenomen .
De afschrijvingslasten van afgesloten investeringen uit het verleden blijven nog steeds gedekt uit een kapitaallastenreserve, zodat deze lasten niet meer op de exploitatie drukken. Deze kapitaallastenreserve heeft een boekwaarde die gelijk is aan de boekwaarde van de resterende afgesloten investeringen uit het verleden. Wanneer de boekwaarden van deze oude investeringen geheel is afgeschreven zal de kapitaallastenreserve uiteindelijk automatisch verdwijnen. Voor nieuwe vervangingen is geen dekking aanwezig en dient ruimte in de begroting te worden gemaakt.
Hieronder is een overzicht opgenomen van de actuele onderhoudsplannen waarover onze gemeente beschikt, waarbij eveneens (mits aanwezig) is aangegeven wat het gewenste onderhoudsniveau is. In de beleidsplannen voor beheer en onderhoud van wegen, bruggen en havens is onderscheid gemaakt in HIOR gebieden (de oude kernen van Edam en Volendam) en de overige gebieden binnen de gemeente.
Groep | Plan | Besluit | Actualisatie | Onderhoudsniveau | Voorz. |
|---|---|---|---|---|---|
in | * | ||||
Water | Baggerplan 2020-2024 | 30-1-2020 | 2026 | Legger + 20 cm extra | Ja |
Civiele kunstwerken 2024-2027 | 12-10-2023 | 2027 | B/3 | Ja | |
Groen | Groenbeleidsplan 2020-2024 | 25-6-2020 | 2026 | B (CROW) | Nee |
Speelruimtebeleid 2020-2029 | 30-1-2020 | 2029 | N.v.t. | Nee | |
Accommodaties | Gem. eigendommen 2024-2027 | 12-10-2023 | 2027 | NEN 2767-norm | Ja |
Buitensportaccommodaties 2024-2027 | 12-10-2023 | 2027 | NOC-NSF-norm | Ja | |
Wegen | Wegen 2024-2027 | 12-10-2023 | 2027 | B/C | Ja |
Verlichtingsplan 2025-2029 | 27-2-2025 | 2030 | NEN3140 | Nee | |
Riolering | Gem. Riool- en Waterzorgpr. 2024-2028 | 22-5-2025 | 2029 | Basis / Hoog | Ja |
* Niet voor alle beleidsplannen is sprake van een onderhoudsvoorziening. Bijvoorbeeld bij het groenbeleidsplan is geen sprake van groot onderhoud met een egalisatiefunctie. Bij het speelruimtebeleid is sprake van investeringen en geen groot onderhoud. Voor riolering geldt dat de voorziening niet gebaseerd is op het onderhoudsplan. Deze voorziening is opgebouwd uit ontvangen heffingen van de burgers (beklemde middelen) die altijd aan dit doel moeten worden besteed.
